Kagorado
Dit is de plaats op de website waar de agoraanse discussies van de Karatedo Academie worden vastgelegd.
Ka van Karatedo
Agora van het plein voor de Griekse tempel waar de discussies o.l.v. Plato werden gehouden en de Academia werd geboren
Do van het vormend principe
Indien er naar uw mening een interessante discussie leg deze vast in een een mail naar harthoorn @karatedoacademie.com
===============================================================================================================
2008/Week 2: Wie waren de Drie Koningen? De etiquette zegt dat je na Driekoningen niet meer mondeling mag wensen. En tot eind januari allen nog maar schriftelijk.
Op zoek naar de Drie Koningenkennis in de Academie was het resultaat mager. Slechts een tweetal wist het feilloos te melden.wam aan de or
Het antwoord was: Baltazar, Melchior en Caspar.
Verder kwam aan de orde de relatie tussen knoflookgebruik en erectieproblemen. Ik hoop dat de indiener dit nader wil toelichten.
2008/ Week 3: De drie koningen kwamen weer aan de orde. Nu met de vraag wie bracht wat. Het was niet te vinden maar op internet vond ik het volgende:
Legendevorming heeft het Mattheüsverhaal uitgebreid.
Mattheüs noemt het aantal wijzen niet, maar waarschijnlijk is uit het aantal geschenken de conclusie getrokken dat er drie wijzen moeten zijn geweest. Het specifiek oosterse aspect van de magiërs is veranderd in dat van voor een West-Europees publiek meer herkenbare koningen. De drie koningen zijn: Caspar (een 20-jarige Aziatische jongeman die wierook schonk), Melchior (een 60-jarige, blanke, Europese grijsaard met een baard die goud schonk) en Balthasar (een 40-jarige, bebaarde, zwarte man uit Saba, Ethiopië die mirre schonk). De koningen vertegenwoordigen daarmee de drie toen bekende werelddelen de drie leeftijden van de man. Volgens de legende werden de koningen later gedoopt door Sint Thomas. Ze zouden daarna bisschoppen zijn geworden in India.
We houden de discussie gaande.
2008/Week 4: Welk oorlog is het referentiekader.?
Het blijkt dat nog maar weinig leden de tweede wereld oorlog als referentie gebruiken. Het was na de oorlog. Hierbij kan de de oorlog lopen van Vietnam, Golf en soms Korea.
2008/ week 5: Waarom is pasen dit jaar zo vroeg?
Het kan maar één dag vroeger, 22 maart is de vroegste datum waarop
Pasen kan vallen. De datum van het paasfeest verschilt van jaar tot
jaar. Pasen is het op de eerste zondag na de eerste volle maan in de
lente. Een vroege Pasen betekent behalve een vroege carnaval ook een
vroege Hemelvaart en een vroege Pinksteren, want die vallen op veertig
en vijftig dagen na Pasen.
De laatst mogelijke dag voor het Paasfeest is 25 april. Dat is ruim een
maand verschil met nu.
De feestdag van Pasen vindt zijn oorsprong in de Joodse religie. De Christelijke godsdienst heeft Pasen en bijhorende feesten (zoals Pinksteren) overgenomen omdat belangrijke data uit het leven van Christus, zoals beschreven in de Bijbel, met de Joodse feesten samenvielen. Terwijl Pasen voor de Joden de uittocht van het Joodse volk uit Egypte herdenkt (Pesah), is Pasen voor de Christenen het feest van de verrijzenis. De data vallen echter niet samen.
De berekening van Pasen was in de eerste eeuwen van het Christendom niet eenduidig. Pas in de achtste eeuw kwamen er algemene regels, gebaseerd op hetgeen in het jaar 325 op het Concilie van Nicea was voorgesteld. Een eenvoudige formulering voor de paasregel is de volgende: Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Een volle maan op de eerste dag van de lente telt ook, maar indien de eerste volle maan van de lente op een zondag valt, wordt Pasen de volgende zondag gevierd.
De twee astronomische elementen, het begin van de lente en de volle maan, kunnen alleen met de moderne astronomische storingstheorie zeer precies bepaald worden. De beweging van de aarde en de maan zijn immers onderhevig aan storingen van de andere planeten en deze kleine afwijkingen hebben een merkbare invloed. Vergeet bovendien niet dat de banen ellipsvormig zijn en dat de maanbaan een helling vertoont t.o.v. het baanvlak van de aarde om de zon. Het spreekt vanzelf dat de kerkvaders en hun astronomen-rekenaars deze finesses niet konden voorzien. Bovendien wilde men ook een zekere regelmaat in de paasdata om de voorspellingen enigszins doenbaar te maken. Zo ontstond de regel van het kerkelijke Pasen (het ecclesiastische Pasen). Hierin begint de lente altijd op 21 maart en wordt de volle maan berekend aan de hand van een regel die zegt dat de maanfasen zich om de 19 jaar perfect herhalen wat betreft de data in de loop van het jaar. De Griek Metoon had dit in de 5de eeuw voor Christus al ontdekt en daarom wordt die periode de Metonische cyclus genoemd. Op een paar uur na - die wel accumuleren in de loop van de eeuwen - klopt deze regel ook.
Zo kan men formules en/of tabellen voor de paasdata opstellen. Pasen kan dus niet vroeger vallen dan 22 maart en niet later dan 25 april. In het laatste geval is er een volle maan op 20 maart zodat de eerste volle maan van de lente pas op 18 april valt en, wanneer dit een zondag is, wordt Pasen pas op 25 april gevierd. Dit was het geval in 1943 en komt er terug in 2038. Een vroege Pasen op 22 maart was er bijvoorbeeld in 1818, maar komt pas weer in 2285. De paasdata voor de jaren 2000-2025 zijn gegeven in de bijgevoegde tabel (de complete lijst van 1583 tot 3000 is hier te vinden. Wie vanaf Pasen wil terugrekenen naar Aswoensdag, moet er rekening mee houden dat in de zogenaamde veertigdagentijd (de vasten) de zondagen niet meetellen als vastendagen en men bijgevolg 46 dagen moet terugtellen. Pinksteren, dat oorspronkelijk 50 dagen na Pasen viel, wordt nu door de Christenen op de zevende zondag na Pasen gevierd. Een lijst met de data van Aswoensdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren voor de periode 1583 tot 2600 vindt u hier.
2008/week 10
De discussie die deze week ontstond kwam door het thema Gedan Barai. Voor het 3e kyu programma is er sprake van een "ongewone" hikite de gedan haito kamae.
Door de vele jaren training van een hikite in het heupgebied werd de naam Pavlov genoemd als voorbeeld van de conditionering waar we allemaal aan leiden. Hierna kwam de naam van Skinner te voorschijn. Paul gaf een zeer snelle beschrijving, maar de academie is natuurlijk academie om dit niet verder te onderzoeken.Vandaar.
Het behaviorisme is een Amerikaans-Engelse stroming, waarin de natuurkundig-wetmatige opvatting van de mens is te herkennen. Populair gezegd gaan behavioristen er van uit dat de mens een machine is die onderworpen is aan wetmatigheden. Voor het gemak schakelen zij het onbewuste van de mens uit, daar houden zij geen rekening mee. Zij bestuderen de mens voor zover deze objectief waarneembaar is; m.a.w.: deze opvatting van psychologie beperkt zich tot objectief waarneembaar gedrag, en alles wat daarbuiten valt doet niet mee.
Het behaviorisme gaat terug op de ontdekkingen van Pavlov. ‘Het hondje van Pavlov’ is een bekend fenomeen. Op de afbeelding is de opstelling te zien zoals Pavlov dat in zijn experimenten toepaste om een hond te conditioneren. De hond wordt geleerd om op een hendel te drukken op het moment dat er een licht in het raam verschijnt. De beloning is dan dat er vleespoeder in de voerbak valt. Zo leert de hond dat er voedsel komt wanneer het licht gaat branden.
Het behaviorisme staat bekend om de dierexperimenten bekend; experimenten waarin aan ratten, duiven, apen, enz., van alles werd geleerd volgens de principes van het conditioneren. Conditioneren is niets anders dan leren door beloning en straf. Beloning leidt tot het gewenste gedrag, en straf leert het ongewenste gedrag af. Zo kun je een hond leren om pootjes te geven door hem bij elke poging in de goede richting te belonen met een stukje koek. Verkeerde pogingen beloon je niet, en zo gaat de hond steeds meer aan het gewenste gedrag voldoen. Als hij het eenmaal kan moet je niet altijd koekjes blijven geven: dan wordt hij er afhankelijk van, en dat is nu ook weer niet de bedoeling.
Niet alleen dieren leren op deze manier, ook mensen leren zo. Denk maar aan gewoontevorming. Bijv. op school: de rij die het eerst netjes zit mag het eerst naar buiten.
Beloning is niet alleen materieel (bijv.: een snoepje); sociale beloningen zijn voor mensen waarschijnlijk het belangrijkst; bijv.: een complimentje, persoonlijke aandacht, waardering ontvangen, enz. Het woord 'beloning' gebruiken we meestal alleen voor materiële zaken (snoepje, geld, cadeautje, eerder naar buiten mogen); in de behavioristische psychologie wordt sociale waardering (aandacht, complimentje) ook beloning genoemd.
Niet alleen uiterlijk gedrag leren we zo, volgens de behavioristen, ook gevoelens leren we op die manier. Aan gedrag dat een gunstig effect heeft koppelen we prettige gevoelens (blijdschap over iets waar we positieve aandacht door krijgen; bijv.: goede cijfers). Aan gedrag dat een ongunstig effect heeft koppelen we onprettige gevoelens (bijv.: als er steeds ruzie is over afwassen wordt dit een onprettige gebeurtenis). Op die manier leren mensen bepaalde gedragspatronen aan.
Bij opvoeding en onderwijs kunnen de principes van het conditioneren uitstekende diensten bewijzen. Leerkrachten leren deze principes tegenwoordig vaak als het gaat om handelingsplannen voor probleemkinderen of probleemklassen.
De behavioristen dachten dat ze de sleutel gevonden hadden om al het menselijk gedrag te kunnen beïnvloeden/bepalen. Watson zei: geef me een kind, zeg wat ik er van moet maken, een kunstenaar, een landbouwer, een dominee of een dief, met de principes van het conditioneren zal ik dat er van maken. Dat is dus wel erg optimistisch maar ook wel erg naïef gedacht.
Skinner
schreef in 1948 de roman ‘Walden twee’, waarin een experimentele samenleving
wordt geschetst. In een landelijke omgeving ergens in het hedendaagse Amerika
worden kinderen opgevoed en verzorgd door specialisten, met het oog op een
toekomstige vreedzame samenleving als alternatief voor het militair industriële
complex. De principes van het behaviorisme kunnen volgens Skinners roman dienst
doen om het menselijk gedrag positief te beïnvloeden. Het boek is een
sociologische science fiction, waarin de een poging wordt gedaan om te laten
zien hoe een betere maatschappij kan worden gecreëerd. Als iemand dit in het
werkelijke leven zou willen uitproberen is het punt natuurlijk wel: wie bepaalt
wat goed is en wie geeft wie het recht om mensen in de richting van die ‘goede
maatschappij’ te conditioneren.
Een toepassingsgebied van het behaviorisme is de psychotherapie; deze therapie wordt de gedragstherapie genoemd. In deze therapie wordt ervan uitgegaan dat verkeerd gedrag is aangeleerd. Het gaat er om het verkeerde gedrag weer af te leren en het gewenste gedrag aan te leren. Zo kan roken gezien worden als een vorm van verkeerd gedrag omdat het schadelijk is voor de gezondheid. Er wordt van uit gegaan dat roken kennelijk gekoppeld is aan een plezierig gevoel. Het is af te leren door het te koppelen aan een naar gevoel, bijvoorbeeld misselijkheid. Door een misselijk makend middel in de sigaret te stoppen associeer je roken met een onplezierig gevoel en wil je op een gegeven moment niet meer roken. Dit principe is op diverse ‘genotmiddelen’ toe te passen, bijvoorbeeld: hoe kun je een kind afhelpen van duimzuigen? Smeer de duim in met een vies smakend goedje en het kind leert het wel af!
Hoe kom ik van straatangst af? Of van liftangst, of van angst voor slangen, of van andere fobieën? Door bijvoorbeeld thuis, of in een therapiesessie, je eerst helemaal te ontspannen; ga vanuit die ontspannen toestand heel rustig, stap voor stap, in je verbeelding, naar die situatie toe waarin je je naar voelt. Probeer het ontspannen gevoel te houden. Als de angst opkomt die aan die situatie gekoppeld is, ga dan terug in je ontspanning. Probeer zo steeds een stapje verder te komen in je verbeelding van de situatie. Als je dan thuis, in een ontspannen situatie, zonder angst de betreffende situatie kunt voorstellen, is dat het startpunt voor de oefening in de realiteit. Ga stap voor stap de realiteit in, en probeer ontspannen te blijven. Elke keer als er weer angst opkomt ga je een stapje terug, zodat je je weer veilig voelt. Vanuit die veilige situatie ga je weer, nu in nog kleinere stapjes, verder.
Een tussenstap tussen verbeelding en realiteit is: naar een film kijken, bijv. over slangen. Vanuit de ontspanning gaan kijken; elke keer als je angst voelt druk je op een knop en zet je de film stil. Zet de film weer terug, ga je weer ontspannen, zet de film weer aan, en ga opnieuw beginnen. Stap voor stap kom je verder. Op die manier zijn mensen afgeholpen van angst voor spinnen, straatangst, enz. De laatste stap is dan om in de realiteit slangen aan te durven raken, te aaien, enz., tot je ze op een gegeven moment zonder dat je angst voelt over je heen laat krioelen.
Dit klinkt simpel, maar het blijkt wel te werken. Punt is natuurlijk: als het kind niet meer kan duimzuigen, maar wel die behoefte heeft, wat gaat het kind dan doen? Waarschijnlijk vervangingsmiddelen zoeken; misschien wil het extreem gaan snoepen. Als je dat dan weer wilt gaan afleren voel je wel dat je bezig bent met symptoombestrijding, en niet met de oorzaak. Dat is over het algemeen de kritiek op deze psychologie als die eenzijdig wordt toegepast: het neemt de oorzaak niet weg, het houdt zich bezig met symptoombestrijding.
In combinatie met een aanpak die gericht is op het wegnemen van de oorzaak kunnen conditioneringtechnieken met succes aangewend worden.
2008 week 13
Op dinsdag 25 maart was er het probleeem dat de sensei niet op een schrijver uit zijn studietijd kon komen. Hij kwam niet verder dan "Vrijheid in gebondenheid"
Jeroen mailde het volgende:
Er wordt online gerefereerd aan vrijheid in verbondenheid/gebondenheid in onder andere pedagogische richtingen, zoals Dalton. Ook heb ik dit gevonden:
http://ideas.repec.org/p/dgr/kubwor/199623.html
In de theorie van o.a. Parsons en M|nch wordt een typologie van waarden-patronen gepresenteerd op basis van de combinaties van twee dimensies, te weten: vrijheid versus gebondenheid, en gelijkheid versus ongelijkheid. Deze typologie van waarden betreft een indeling over maatschappijbeelden, waarin de opvattingen over de wense-lijke inrichting van een maatschappij zijn weergegeven. Daarmee wordt aangesloten bij de huidige neofunctionalistische sociale theorie van Luhmann, Alexander, M|nch e.a., maar ook bij de sociaal-psychologische theoriekn van bijvoorbeeld Triandis and Schwartz. In het artikel wordt nagegaan in hoeverre de twee dimensies empirisch te onderkennen en van elkaar te onderscheiden zijn. Vervolgens wordt nagegaan welke veranderingen er in de loop van de jaren tachtig zijn opgetreden in beide dimensies en wordt nage-gaan welke groepen zich kenmerken door uitgesproken posities op de combinaties van beide dimensies.
Tenslotte schijnt het een brede aantrekkingskracht te hebben op christendemocratische politici.
Gelukkig vond de sensei het later op de avond de schrijver: Erich Fromm. Wikepedia zegt het volgende:
Erich Pinchas Fromm (March 23, 1900 – March 18, 1980) was an internationally renowned Jewish-German-American social psychologist, psychoanalyst, and humanistic philosopher. He was associated with what became known as the Frankfurt School of critical theory.
Contents[hide] |
Erich Fromm started his studies in 1918 at the University of Frankfurt am Main with two semesters of jurisprudence. During the summer semester of 1919, Fromm studied at the University of Heidelberg, where he switched from studying jurisprudence to sociology under Alfred Weber (brother of the famous sociologist Max Weber), the brilliant psychiatrist-philosopher Karl Jaspers, and Heinrich Rickert. Fromm received his Ph.D. in sociology from Heidelberg in 1922. And, then during the mid 1920s, he was trained to become a psychoanalyst through Frieda Reichmann's psychoanalytic sanatorium in Heidelberg. He began his own clinical practice in 1927. In 1930, he joined the Frankfurt Institute for Social Research and completed his psychoanalytical training. After the Nazi takeover of power in Germany, the Jewish Fromm moved to Geneva and then, in 1934, to Columbia University in New York. Karen Horney's long-term infatuation with Fromm is the subject of her book Self Analysis and it is reasonable to believe that each had a lasting influence on the other's thought. After leaving Columbia, Fromm helped form the New York branch of the Washington School of Psychiatry in 1943, and in 1946 co-founded the William Alanson White Institute of Psychiatry, Psychoanalysis, and Psychology.
When Fromm moved to Mexico City in 1950, he became a professor at the UNAM (Universidad Nacional Autónoma de Mexico) and established a psychoanalytic section at the medical school there. He taught at the UNAM until his retirement in 1965. Meanwhile, he taught as a professor of psychology at Michigan State University from 1957 to 1961 and as an adjunct professor of psychology at the graduate division of Arts and Sciences at New York University after 1962. In 1974 he moved to Muralto, Switzerland, and died at his home in 1980, five days before his eightieth birthday. All the while, Fromm maintained his own clinical practice and published a series of books.
Beginning with his first seminal work of 1941, Escape from Freedom (known in Britain as Fear of Freedom), Fromm's writings were notable as much for their social and political commentary as for their philosophical and psychological underpinnings. Indeed, Escape from Freedom is viewed as one of the founding works of Political psychology. His second important work, Man for Himself: An Inquiry into the Psychology of Ethics, first published in 1947, continued and enriched the ideas of Escape from Freedom. Taken together, these books outlined Fromm's theory of human character, which was a natural outgrowth of Fromm's theory of human nature. Fromm's most popular book was The Art of Loving, an international bestseller first published in 1956, which recapitulated and complemented the theoretical principles of human nature found in Escape from Freedom and Man for Himself—principles which were revisited in many of Fromm's other major works.
Central to Fromm's world view was his interpretation of the Talmud, which he began studying as a young man under Rabbi J. Horowitz and later studied under Rabbi Salman Baruch Rabinkow while working towards his doctorate in sociology at the University of Heidelberg and under Nehemia Nobel and Ludwig Krause while studying in Frankfurt. Fromm's grandfather and two great grandfathers on his father's side were rabbis, and a great uncle on his mother's side was a noted Talmudic scholar. However, Fromm turned away from orthodox Judaism in 1926, towards secular interpretations of scriptural ideals.
The cornerstone of Fromm's humanistic philosophy is his interpretation of the biblical story of Adam and Eve's exile from the Garden of Eden. Drawing on his knowledge of the Talmud, Fromm pointed out that being able to distinguish between good and evil is generally considered to be a virtue, and that biblical scholars generally consider Adam and Eve to have sinned by disobeying God and eating from the Tree of Knowledge. However, departing from traditional religious orthodoxy, Fromm extolled the virtues of humans taking independent action and using reason to establish moral values rather than adhering to authoritarian moral values.
Beyond a simple condemnation of authoritarian value systems, Fromm used the story of Adam and Eve as an allegorical explanation for human biological evolution and existential angst, asserting that when Adam and Eve ate from the Tree of Knowledge, they became aware of themselves as being separate from nature while still being part of it. This is why they felt "naked" and "ashamed": they had evolved into human beings, conscious of themselves, their own mortality, and their powerlessness before the forces of nature and society, and no longer united with the universe as they were in their instinctive, pre-human existence as animals. According to Fromm, the awareness of a disunited human existence is a source of guilt and shame, and the solution to this existential dichotomy is found in the development of one's uniquely human powers of love and reason. However, Fromm so distinguished his concept of love from popular notions of love that his reference to this concept was virtually paradoxical.
Fromm considered love to be an interpersonal creative capacity rather than an emotion, and he distinguished this creative capacity from what he considered to be various forms of narcissistic neuroses and sado-masochistic tendencies that are commonly held out as proof of "true love." Indeed, Fromm viewed the experience of "falling in love" as evidence of one's failure to understand the true nature of love, which he believed always had the common elements of care, responsibility, respect, and knowledge. Drawing from his knowledge of the Torah, Fromm pointed to the story of Jonah, who did not wish to save the residents of Nineveh from the consequences of their sin, as demonstrative of his belief that the qualities of care and responsibility are generally absent from most human relationships. Fromm also asserted that few people in modern society had respect for the autonomy of their fellow human beings, much less the objective knowledge of what other people truly wanted and needed.
Fromm believed that freedom was an aspect of human nature that we either embrace or escape. He observed that embracing our freedom of will was healthy, whereas escaping freedom through the use of escape mechanisms was the root of psychological conflicts. Three main escape mechanisms that Fromm outlined are automaton conformity, authoritarianism, and destructiveness. Automaton conformity is changing one's ideal self to what is perceived as the preferred type of personality of society, losing one's true self. The use of automaton conformity displaces the burden of choice from the self to society. Authoritarianism is allowing oneself to be controlled by another. This removes the freedom of choice almost entirely by submitting that freedom to someone else. Lastly, destructiveness is any process which attempts to eliminate others or the world as a whole to escape freedom. Fromm said that "the destruction of the world is the last, almost desperate attempt to save myself from being crushed by it" (1941).
The word biophilia was frequently used by Fromm as a description of a productive psychological orientation and "state of being". For example, in an addendum to his book The Heart of Man: Its Genius For Good and Evil, Fromm wrote as part of his famous Humanist Credo:
"I believe that the man choosing progress can find a new unity through the development of all his human forces, which are produced in three orientations. These can be presented separately or together: biophilia, love for humanity and nature, and independence and freedom." (c. 1965)
Erich Fromm postulated five basic needs:
Fromm's thesis of the "escape from freedom" is epitomized in the following passage. The "individualized man" referenced by Fromm is man bereft of "primary ties" of belonging (nature, family, etc.), also expressed as "freedom from":
"There is only one possible, productive solution for the relationship of individualized man with the world: his active solidarity with all men and his spontaneous activity, love and work, which unite him again with the world, not by primary ties but as a free and independent individual . . . . However, if the economic, social and political conditions . . . do not offer a basis for the realization of individuality in the sense just mentioned, while at the same time people have lost those ties which gave them security, this lag makes freedom an unbearable burden. It then becomes identical with doubt, with a kind of life which lacks meaning and direction. Powerful tendencies arise to escape from this kind of freedom into submission or some kind of relationship to man and the world which promises relief from uncertainty, even if it deprives the individual of his freedom." (Erich Fromm, Escape from Freedom [N.Y.: Rinehart, 1941], pp. 36-7. The point is repeated on pp. 31, 256-7.)
Fromm also spoke of "orientation of character" in his book "Man For Himself", which describes the ways an individual relates to the world and constitutes his general character, and develops from two specific kinds of relatedness to the world: acquiring and assimilating things ("assimilation"), and reacting to people ("socialization"). Fromm considers these character systems the human substitute for instincts in animals. These orientations describe how a man has developed in regard to how he responds to conflicts in his or her life; he also said that people were never pure in any such orientation.
These two factors form four types of malignant character, which he calls Receptive, Exploitative, Hoarding and Marketing. He also described a positive character, which he called Productive. [1]
Fromm examined the life and work of Sigmund Freud at length. He identified a discrepancy between early and later Freudian theory: namely that prior to World War I, Freud described human drives as a tension between desire and repression, but after the war's conclusion, he framed human drives as a struggle between biologically-universal Life and Death (Eros and Thanatos) instincts. Fromm charged Freud and his followers with never acknowledging the contradictions between the two theories.
He also criticized Freud's dualistic thinking. According to Fromm, Freudian descriptions of human consciousness as struggles between two poles was narrow and limiting. Fromm also condemned him as a misogynist unable to think outside the patriarchal milieu of early 20th century Vienna. However, Fromm expressed a great respect for Freud and his accomplishments, in spite of these failings.
Fromm's most well-known work, Escape from Freedom, focuses on the human urge to seek a source of authority and control upon reaching a freedom that was thought to be an individual’s true desire. The culmination of Fromm's social and political philosophy was his book The Sane Society, published in 1955, which argued in favor of humanistic and democratic socialism. Building primarily upon the early works of Karl Marx, Fromm sought to re-emphasise the ideal of personal freedom, missing from most Soviet Marxism, and more frequently found in the writings of libertarian socialists and liberal theoreticians. Fromm's brand of socialism rejected both Western capitalism and Soviet communism, which he saw as dehumanizing and bureaucratic social structures that resulted in a virtually universal modern phenomenon of alienation. He became one of the founders of socialist humanism, promoting the early writings of Marx and his humanist messages to the US and Western European publics. In the early 1960s, Fromm published two books dealing with Marxist thoughts (Marx's Concept of Man and Beyond the Chains of Illusion: my Encounter with Marx and Freud). In 1965, working to stimulate the Western and Eastern cooperation between Marxist humanists, Fromm published a series of articles entitled Socialist Humanism: An International Symposium.
For a period, Fromm was also active in US politics. He joined the Socialist Party of America in the mid-1950s, and did his best to help them provide an alternative viewpoint to the prevailing McCarthyism of the time. This alternative viewpoint was best expressed in his 1961 paper May Man Prevail? An Inquiry into the Facts and Fictions of Foreign Policy. However, as a co-founder of SANE, Fromm's strongest political activism was in the international peace movement, fighting against the nuclear arms race and US involvement in the Vietnam War. After supporting Senator Eugene McCarthy's losing bid for the Democratic presidential nomination, Fromm more or less retreated from the American political scene, although he did write a paper in 1974 entitled Remarks on the Policy of Détente for a hearing held by the U.S. Senate Committee on Foreign Relations.
zie wikepedia anatomie van de Hand
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hand
Op dinsdag 17 november 2008 ontstond er weer een vreemde discussie. Wie heeft er wel een zijn eigen achterhoofd gezien. Dit is een interpretatie.Maar wat de kat die denkt dat hij een mens is er mee te maken heeft mag den Joost weten
Begin Januari was er in de kleedkamer de discussie over het gebruik van koffie, Cola en deze relatie tot zwangere vrouwen.
Donderdag 28 januari 2009 kwam de relativiteits theorie van Einstein te voorschijn.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Albert_Einstein